The Meatrix heeft als doel ondersteuning te bieden bij voorlichting op het gebied van duurzaamheid aan mensen over heel de wereld, met name waar het gaat om voedselproductie en voedselconsumptie. Deze actiepagina is een manier voor ons om in contact te komen met betrokken mensen in Nederland en om hen aan te moedigen lokaal actie te ondernemen, maar ook om informatie en ervaringen op een internationaal niveau uit te wisselen. We hopen een mondiaal netwerk van betrokken mensen, gemeenschappen en organisaties te creëren dat duurzame voedselproductie en consumptiepatronen promoot.
Deze actiepagina geeft je informatie over de agrarische situatie in Nederland, gelijkgestemde organisaties die hier opereren en achtergrondinformatie over The Meatrix reeks. Je bent van harte welkom om bij ons initiatief betrokken te zijn en om informatie en updates te zenden naar Giuseppina Pagano via gpagano@fwwatch.org.
België, Denemarken en Nederland:
Kleine Oppervlakten, Grote Landbouwkunde
De agrarische systemen van België, Denemarken en van Nederland ondergingen aanzienlijke modernisaties na de Tweede Wereldoorlog. Deze transformatie geschiedde terwijl het landbouwkundige potentieel verhoogde zonder het evenwicht van het milieu te verstoren.
Met behulp van onderzoek waren de Noordelijke landbouwers tussen de eerste Europeanen die gewassenrotatie verbeterden, op een natuurlijke wijze de grond met witte klaver bemestten, een optimaal evenwicht bereikten tussen oogsten en veestapel, en de productie van zwijnen en melkkoeien combineerden.
Deze verbeteringen werden vrij snel in andere Europese landen overgenomen, en wel degelijk in het voordeel van de landbouwers, die betere oogsten verkregen; verbruikers, die van een betere en veiligere voedingskwaliteit genoten; en een milieu, dat niet te lijden had van overdreven chemische toepassingen en meststof.
Nochtans begon tegen 1970 de fabriekslandbouw zich te ontwikkelen door een proces van concentratie en industrialisatie van familieboerderijen. Gevoed door enorme investeringen, leidde de race om grootschalige besparingen te bereiken tot lagere prijzen, met als gevolg dat tienduizenden landbouwers ophielden te bestaan. (Zie tabel 5)
Dit geeft als resultaat dat landbouwers in die landen slechts een zeer klein portie van de bevolking vertegenwoordigen: 3,2% in Denemarken, 2,9% in Nederland en amper 1,8% in België.
Familieboerderijen en 'Coöperatieven' Zijn Niet Wat Ze Indertijd Waren
Tegen 1993 was de typische varkensfokkerij in deze landen veel groter dan het Europese gemiddelde. En deze faciliteiten bleven alsmaar aangroeien. (Zie Tabel 6)
Dit had tot gevolg dat de landbouwvoedselindustrie haar eigen faciliteiten niet had ontwikkeld, doch eerder een contractuele overeenkomst implementeerde, dat landbouwers verbond hen met vlees, eieren en andere voedingsproducten te bevoorraden. Toenmalige onafhankelijke boeren zijn tot zo goed als 'bedienden' uitgegroeid, die zich moeten onderwerpen aan vele bezwaarlijke voorwaarden, inclusief het aantal dieren die ze huisvesten, de hoeveelheid voedsel dat ze toedienen, en de soort van veeartsenijkundige producten die ze gebruiken. Ze zijn ook verplicht om vele boerderijbenodigdheden van hun geïncorporeerde 'cliënten' aan te kopen.
Dit systeem wordt 'integratie' genoemd. Dienovereenkomstig zijn deze boeren afhankelijk van de landbouwvoedselindustrie, zowel als leverancier als afnemer.
Nog verbazingswekkender is, dat sommige coöperatieven dit pad hebben genomen. Ondanks het feit dat het oorspronkelijk door boeren werd gecreëerd ten voordele van boeren, bevelen velen vandaag de dag integratiemethoden aan hun leden aan, gewoonweg omdat ze ook de invoerstoffen verkopen die ze nodig hebben om te industrialiseren. Coöperatieven dringen ook aan op lagere landbouwkundige prijzen teneinde competitief te blijven.
Tabel 5 |
Een prachtvoorbeeld is Danish Crown uit Denemarken. Danish Crown, opgericht in 1887, is tot de allergrootste varkenslachter van Europa uitgegroeid - 22 miljoen per jaar - en tot de grootste uitvoerder van varkensproducten. In 2005 opende het de grootste varkensverwerkingsfaciliteit ter wereld. Gelegen in Hordens, is deze geautomatiseerde bedrijf in de mogelijkheid om, met behulp van een robot-ingewandenuithaler, tot 78.000 varkens per week te slachten. De evolutie van Danish Crown tot een reus van een 6,5 miljard Euro-per-jaar heeft bijgedragen tot de verdwijning van duizenden boerderijen in Denemarken en naburige landen.
Voor de uitvoermarkt producerend
Als één van de meeste dichtstbevolkte landen van Europa, wordt Nederland met de netelige uitdaging geconfronteerd om een grote bevolking te voeden met een gelimiteerde basis aan natuurlijke producten. Als oplossing heeft het land er voor gekozen om haar cultuur van graangewassen op te geven en zich te concentreren op een geïndustrialiseerde productie van vlees, zuivel en eieren, evenals op fruit en groenten.
Tabel 6 |
Bijgevolg importeert Nederland nu drie vierden van de graangewassen dat ze verbruikt. En, terwijl ze tweemaal zoveel vlees produceert dat ze nodig heeft, is zij de grootste vleesuitvoerder van Europa geworden.
België en Denemarken bevinden zich in dezelfde situatie, gerangschikt als Europa's tweede en vierde grootste vleesuitvoerders. Denemarken produceert vijf maal meer varkensvlees en tweemaal zoveel gevogelte dan haar eigen bevolking verorbert. Belgiê produceert tweemaal zoveel varkensvlees en één en een half keer zoveel gevogelte dan de binnenlandse vraag. Natuurlijk zijn deze landen sterke tegenstanders van voedselsoevereiniteit. Zij verdedigen 'hun recht tot export' en ze genieten volop van het stelsel van vrije handel.
Nochtans zijn de gevolgen blijvend en diepgaand. In deze landen heeft het factoriseren de tweevoudige effecten veroorzaakt van het kwetsen van familieboerderijen enerzijds - en, vooral in het geval van Nederland, van het wijzigen van productie evenals vraag-en-aanbod patronen, anderzijds. In de naam van voedselsoevereiniteit, hebben ze hun eigen veiligheid bedreigd door de belangen van zakelijke landbouwaangelegenheden boven die van de behoeften van het volk te plaatsen.





